fbpx
Foto: Wesseltje14 (CC BY-SA 3.0)

100.000 treinen via Betuweroute – vraag blijft achter

07 feb 2014 13:30

Sinds de opening van de Betuweroute in 2007 hebben inmiddels 100.000 treinen hun weg van en naar het Europese achterland gevonden. Op 25 januari reed de 100.000e trein over het A15-tracé van de Betuweroute. Toch blijft de Betuweroute veel minder treinen verwerken dan verwacht. Spoorbeheerder Keyrail denkt dat dit door de economische tegenwind komt. 

In 2007 werd de Betuweroute opgeleverd. Keyrail-directeur Sjoerd Sjoerdsma voorspelde toen binnen 2 jaar te groeien naar 150 treinen per dag. Daarnaast dacht Sjoerdsma binnen vijf jaar break-even te kunnen spelen, zodat er geen geld van het Rijk nodig zou zijn voor de goederenspoorlijn. Toenmalig minister Eurlings was iets voorzichter en dacht dat binnen vijf jaar het aantal goederentreinen zou groeien naar 150 treinen per dag.

Aankomende zomer is de Betuweroute precies zeven jaar in gebruik. Nog steeds weet de lijn de verwachtingen niet waar te maken. De komende jaren zal de capaciteit vanwege werkzaamheden in Duitsland bovendien beperkt zijn. Pas in 2022 zal het mogelijk zijn om te groeien naar 150 goederentreinen per dag via de lijn.

Keyrail verklaart de tegenslag door de economische tegenwind. Doordat er minder treinen over de lijn heen rijden, is het ook niet gelukt om break-even te draaien. Daardoor krijgt de beheerder nog steeds een bijdrage van de overheid om de onderhoudskosten te kunnen betalen. "Tijdens de economische crisis was er sprake van een stabilisatie van het aantal treinen. Inmiddels zien we het gebruik weer toenemen. De laatste paar weken rijden zo’n 550 treinen per week over de Betuweroute" verklaart een woordvoerder.

Het leeuwendeel van die treinen heeft de Rotterdamse haven als begin- of eindpunt, ongeveer 35 treinen per week starten of eindigen hun rit in de haven van Amsterdam. De Betuweroute is onderdeel van internationale corridors en biedt een ongestoorde verbinding richting terminals en bedrijven in het Europese achterland.

Foto via Wikipedia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.